Regelgeving-update
MEPS krijgt vorm: kabinet stelt label D voor als ondergrens voor utiliteitsbouw in 2030
Het kabinet heeft in juni 2026 de Nederlandse invulling van de MEPS voorgesteld: utiliteitsgebouwen moeten uiterlijk 1 januari 2030 minimaal op het niveau van energielabel D presteren. Wie vóór december 2029 label C haalt, voldoet volgens het kabinet ook al aan de eis van 2033. Wat dit betekent voor uw portefeuille.
Van Europese richtlijn naar Nederlandse norm
EPBD IV verplicht lidstaten om de slechtst presterende niet-residentiële gebouwen uit te faseren: per 1 januari 2030 moet de ondergrens zo liggen dat de 16% slechtste gebouwen zijn aangepakt, per 1 januari 2033 de 26% slechtste. Dat stond al in de richtlijn. Wat ontbrak was de Nederlandse invulling: welke norm, gemeten waarin, gehandhaafd hoe.
In juni 2026 heeft het kabinet die invulling voorgesteld. Het voorstel is dat utiliteitsgebouwen uiterlijk 1 januari 2030 een energieprestatie hebben die in het algemeen overeenkomt met minimaal energielabel D. De internetconsultatie staat gepland voor oktober tot en met december 2026. De regelgeving moet volgens de planning op 1 juli 2027 in werking treden en de materiële eis geldt vanaf 2030.
Voor de eis van 2033 is de precieze norm nog niet vastgesteld. Het kabinet geeft wel een richtpunt mee: wie vóór december 2029 label C haalt, voldoet daarmee ook al aan de 2033-eis. Label C fungeert als voorlopige referentie.
Twee routes om te voldoen
Opvallend aan de voorgestelde systematiek: naleving kan straks op twee manieren worden aangetoond. Via een geldig energielabel, of via het werkelijke energiegebruik van het gebouw.
Die tweede route is nieuw in de handhavingspraktijk en sluit aan bij een bredere verschuiving. Een label is een theoretische berekening van de gebouwschil en installaties. Het werkelijke verbruik zegt iets anders, namelijk hoe het gebouw daadwerkelijk presteert met de huidige huurders en het huidige gebruik. Dezelfde beweging zit in Paris Proof, dat volledig op werkelijk verbruik stuurt.
Voor eigenaren betekent dit dat meetdata aan waarde wint. Wie zijn verbruiksdata per pand op orde heeft, heeft straks een extra route om compliance aan te tonen. Wie alleen een verlopen label in een map heeft, heeft geen van beide.
Wat dit betekent naast de label C-plicht
De bestaande label C-verplichting voor kantoren blijft gewoon gelden. Hoe die zich straks verhoudt tot de MEPS is nog niet uitgewerkt. Er zijn twee verschuivingen die aandacht verdienen.
Ten eerste de reikwijdte. De label C-plicht geldt alleen voor kantoren vanaf 100 m². De MEPS-eis van 2030 gaat over utiliteitsbouw breed. Eigenaren van bedrijfshallen, winkels, zorgvastgoed of logies die tot nu toe buiten de labelplicht-discussie bleven, komen binnen enkele jaren wel aan bod.
Ten tweede het tijdpad. Per 1 juli 2026 voldoet volgens RVO 84% van het Nederlandse kantooroppervlak aan label C of beter. Maar 12% van het oppervlak heeft helemaal geen label en 4% zit op D of slechter. Per aantal gebouwen is het beeld minder gunstig: 24% van de kantoren heeft geen geregistreerd label. Die groep weet op dit moment simpelweg niet waar ze staat en dus ook niet of 2030 een probleem wordt.
De rekensom achter wachten of doorpakken
Het kabinet legt met het label C-richtpunt voor 2033 een interessante keuze op tafel. Wie de komende jaren toch investeert om van E of D naar C te gaan, is in één beweging klaar voor zowel 2030 als 2033. Wie minimaal investeert en precies op D mikt, moet vrijwel zeker vóór 2033 opnieuw de portefeuille door.
Twee keer een verduurzamingsronde organiseren is duurder dan één keer goed. Elke ronde betekent opnieuw advieskosten, opnieuw offertes, opnieuw overlast voor huurders en opnieuw bouwplaatskosten. De meerkosten van direct doorpakken naar C zitten vaak in dezelfde maatregelen die toch al op de planning stonden, alleen iets ruimer gedimensioneerd.
Daar komt het waarde-effect bij. Onderzoek van Maastricht University in opdracht van DGBC en RVO liet in 2023 zien dat kantoren met een label onder C bijna 20% minder waard zijn dan kantoren die aan de labelplicht voldoen. Kantoren met label G daalden tot wel 40% in prijs. Een gebouw dat in 2030 onder de wettelijke ondergrens zit, is niet alleen een handhavingsrisico maar ook een financieringsrisico.
Wat u nu al kunt doen
De definitieve normstelling volgt uit de internetconsultatie, gepland voor oktober tot en met december 2026, en de regelgeving van 2027. Op de uitkomst wachten is voor de meeste portefeuilles geen strategie, want de richting is duidelijk en de doorlooptijd van verduurzamingstrajecten is lang.
Drie stappen zijn nu al zinvol.
Breng de portefeuille in kaart. Welke panden hebben een geldig label, welke labels verlopen vóór 2030 en welke panden zitten op D, E, F of G of hebben geen label. Een portefeuille-nulmeting geeft dit beeld per pand en per portefeuille.
Bepaal per risicopand de route naar C, niet naar D. Een maatwerkadvies rekent door welke maatregelen welke labelstap opleveren en wat het kost om in één keer op het 2033-niveau te zitten.
Koppel de planning aan natuurlijke momenten. Mutaties, groot onderhoud en aflopende huurcontracten tussen nu en 2029 zijn de goedkoopste momenten om maatregelen mee te nemen. Wie de EPBD IV-tijdlijn ernaast legt, ziet dat ook de GACS-deadline van eind 2029 voor installaties tussen 70 en 290 kW in datzelfde venster valt. Boven 290 kW geldt de GACS-plicht al sinds 1 januari 2026. Werkzaamheden combineren scheelt aanzienlijk.
De MEPS maakt van energieprestatie een harde ondergrens voor de hele utiliteitsmarkt. De eigenaren die er het minst last van krijgen, zijn degenen die nu al weten welke panden het betreft.
